U bent hier

Verslag bijeenkomst Kerkenvisies Zeeland

donderdag 14 maart 2019 - 10:55

Open Havenkerk, Oranjeplein 2, Oost-Souburg, d.d. 21-02-2019

David Koren

Impressie

Het beeld dat Zeeland een tamelijk godvruchtige provincie is, bestond al. Maar dat Zeeland  precies 365 kerkgebouwen heeft, voor elke dag één, is pas recent uitgezocht. Maar lang zal dit niet meer duren, want het aantal kerkgebouwen is nog steeds groeiende omdat er nog kerken worden bijgebouwd, veelal in de hoek van bevindelijke- en orthodox gereformeerde denominaties. Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat het nieuwe instrument Kerkenvisies - waarvoor minister van Engelshoven van het Ministerie van OCW de komende drie jaar circa 3 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld - voor Zeeland niet interessant zou zijn. Maar niets is minder waar! Ook in Zeeland schreit de ontkerkelijking voort, met name in de hoek van de Rooms-katholieke kerk en de Protestantse Kerk in Nederland. Inmiddels is al 30 procent van de gebouwen aan het kerkelijk gebruik onttrokken en het einde is nog niet in zicht.

Daarom ook werd ook in Zeeland een bijeenkomst over dit nieuwe instrument belegd, in nauwe samenwerking tussen Erfgoed Zeeland, Rijksdienst voor de Cultureel Erfgoed en Provincie Zeeland. De bijeenkomst vond plaats in de Open Havenkerk van Oost-Souburg (PKN), zelf een goed voorbeeld van een nevenbestemde kerk. Een aparte exploitatiestichting organiseert activiteiten zoals concerten, bijeenkomsten en congressen om geld te genereren voor de instandhouding van het rijksmonumentale kerkgebouw. Daartoe is het kerkgebouw uitgerust met moderne faciliteiten als beamers, schermen, geluid, catering en verschillende ruimten waar activiteiten kunnen plaatsvinden.

De bijeenkomst werd bezocht door 45 mensen, gelijkelijk afkomstig van de verschillende overheden (wethouders en ambtenaren) en kerkelijke organisaties, met nog enkele vertegenwoordigers van andersoortige organisaties. Het was opvallend dat zowel het Bisdom Breda en de PKN met ieder 6 vertegenwoordigers zwaar vertegenwoordigd waren. Het Bisdom had zelfs voor alle aanwezigen een informatiemap meegenomen met daarin een brief van de bisschop, monseigneur Jan Liesen. De bisschop schrijft daarin zeker de kansen te zien die de gemeentelijke kerkenvisies bieden voor het behoud van kerkgebouwen, bij voorkeur in haar primaire functie, en - als dat niet meer mogelijk is - in een nieuwe functie die respectvol is voor het voormalig gebruik.

Floor Vierenhalm schetste het proces van het opstellen van een kerkenvisie in een grote stad als Rotterdam met ongeveer 150 kerken. Maar het is geen onderwerp dat erg leeft bij veel mensen in de gemeente. Een collega van haar informeerde eens bij de RCE wie er zich in de gemeente met dit onderwerp bezig hield. In weerwil van een gewenste planmatige aanpak blijkt het proces blijkt het proces chaotisch te verlopen. Dit hoeft overigens geen probleem te zijn, ofwel “omarm de chaos” aldus Frank Strolenberg. Frank geeft ook aan dat in sommige gemeenten het proces wordt verlengd zoals in Sudwest Fryslan, juist omdat het zo goed gaat! Het opbouwen van een vertrouwensband is ook een van de belangrijkste effecten van het opstellen van een kerkenvisie. In Zeeland, waar de lijnen meestal kort zijn, zou dit geen groot probleem hoeven te zijn. Maar David Koren van Erfgoed Zeeland constateert vanuit de ervaringen die zijn opgedaan met het Platform Historische Kerken - dat tien jaar gefunctioneerd heeft - wel is gebleken dat ook in Zeeland de banden tussen kerk en overheid niet erg hecht zijn. Alleen in gemeenten waar het CDA of de SGP in het college zitten, is er soms sprake van onderling contact. In andere gemeenten lijkt de scheiding tussen kerk en staat totaal.

Wat valt op, welke vragen leven er in Zeeland?

In de gespreksrondes gingen de aanwezigen uiteen in vier groepen om de volgende vragen te beantwoorden:

  1. Stel een gemeente heeft 20 kerkgebouwen, hoe kom je tot een visie op alle gebouwen?
  2. Hoe betrek je alle belanghebbenden erbij?  
  3. Wie gaat de kerkenvisie opstellen?

Opvallend was iedereen het er over eens dat de regierol primair bij de gemeente zou moeten komen te liggen. Een visie gaat ook immers om het opbouwen van vertrouwen en het opbouwen van een langdurige relatie tussen kerk(eigenaar) en lokale overheid. Het proces om tot een visie te komen dient te starten met een brede inventarisatie.

  • Van gebouwen (context, waardering, transformatieruimte);
  • Van belanghebbenden (bereidheid tot dialoog --> interviews en brainstorm).

De gemeente Sluis beschikt overigens als enige gemeente in Zeeland al over een kerkenvisie. Wethouder Ploegaert geeft aan dat soms de werkelijkheid de visie kan inhalen. Daar waar de gemeente bijvoorbeeld niet inzette op het behoud van de voormalige RK-kerk in Hoofdplaat, bleek dit een van de eerste kerken die zonder tussenkomst door de markt werd ‘opgepakt’ en herbestemd tot een B&B.

Wat betreft het betrekken van belanghebbenden denken de meesten in ‘concentrische cirkels’. De belangrijkste partij is de (kerk)eigenaar, maar niet minder belangrijk zijn mensen van de kerkgemeenschap, omwonenden, maar ook de gemeente, de politiek en zakelijke contacten. Er moet vooral veel gesproken worden om elkaar te leren kennen en gezamenlijk een proces uit te stippelen. De manier om alle belanghebbenden erbij te betrekken zou breed moeten zijn. Zowel via algemene infoavonden, maar ook via brainstormsessies in kleinere groepjes, één-op-één gesprekken, via telefoon, mail, skype of hoe dan ook, zo lang er maar gecommuniceerd wordt.

Ten aanzien van het derde punt is het van belang dat de gemeente de coördinerende rol blijft vervullen, maar niet uitsluitend aan de lat staat om de visie daadwerkelijk op te schrijven. Betrokkenheid van de kerkgenootschappen en eventuele andere partijen is in het gehele proces van belang. Zo werd er in dit verband op gewezen dat er in Zeeland nog steeds kerken worden bijgebouwd (zie eerder). Vanuit mensen in de kerkelijke hoek werd dan ook met enige ontstemming gereageerd op de nadruk die bij de presentaties werd gelegd op leegstand en herbestemming (of nevenbestemming) van kerkgebouwen, terwijl dat niet in alle gemeenten en zeker niet bij alle kerkgenootschappen aan de orde is. Ook wethouder Hoek van de gemeente Tholen zag om deze reden in eerste instantie geen heil in dit instrument. Het is dus van belang het instrument breder te introduceren om voldoende draagvlak voor een visie op religieus erfgoed te krijgen. Het moet niet alleen over leegstand gaan.

Een betrekkelijk nieuwe tendens in Zeeland zijn de migrantenkerken, waarvan er nu al enkele zijn (o.a. Molukkers, Kopten), en ‘nieuwe’ andere geloven zoals de Islam en het Hindoeïsme. Hun aanwezigheid biedt kansen.

Kansen worden ook geboden door het toerisme. Het bevolkingsaantal van Zeeland verdubbelt of verdrievoudigd in het seizoen, dat overigens steeds langer wordt. Dit biedt met name kansen voor meer horecavoorzieningen in kerkgebouwen, waarvan er nu nog maar enkele zijn (w.o. Baarland, Kamperland, Zuidzande), of logiesfuncties als B&B (o.a. Hoofdplaat, Yerseke).

Maar buiten het seizoen blijkt Zeeland vooral een provincie met een (licht) krimpende bevolking, waarbij met name jongeren de provincie verlaten. Deze ontwikkeling biedt in Zeeland kansen voor het onderbrengen van maatschappelijke functies in leegkomende kerkgebouwen. Dergelijke functies zijn of worden ook gehuisvest in buurtcentra of oude schoolgebouwen, maar het is aan de gemeenten om prioriteiten te stellen. De voorbeelden in onder meer Sas van Gent en Westdorpe tonen de kansen die er liggen om dergelijke bijzondere kerkgebouwen te weer een nieuwe functie te geven die dienstbaar is aan de gemeenschap.

Reacties