U bent hier

Van patstelling naar stelling: nieuwe voorstellen voor kerkenproblematiek

woensdag 1 juli 2015 - 11:01

“Geef bij een herbestemmingsproject alle betrokken partijen een gelijkwaardige stem.” Als het aan Peer Houben ligt besluiten we straks veel sneller of een kerk openblijft, wordt afgestoten of een herbestemming krijgt. De voorzitter van de werkgroep Kerken en kloosters in voortgaand religieus gebruik vindt de huidige procedures te stroperig. Een gelijk gewicht voor alle belanghebbenden is een van de zestiental stellingen die de werkgroep heeft opgezet. Binnenkort zijn ze gereed en openbaar. Hierbij vast een voorproefje.

Voor de zeven agendapunten van het programma Agenda Toekomst Religieus Erfgoed zijn stellingen opgezet. Een debat daarover door de werkgroepleden moet het behoud van kerken, wel of niet in gebruik, verder brengen. Later moeten die via kruisbestuiving resultaten opleveren, in de vorm van verbeteringen. Of, bij afsluiting van de Agenda, in de vorm van aanbevelingen aan kerkgenootschappen, kerkelijk en publiek bestuur en maatschappelijke organisaties. 

Favoriete stelling
Dat kerkeigenaren gebouwen eenvoudiger uit de exploitatie kunnen nemen is de meest favoriete stelling van Houben. “Zowel vanuit de maatschappij als vanuit de kerkgenootschappen is er een gedeeld belang om de grote groep kerkgebouwen die overblijft, overeind te houden. Wat nu niet kan. Ik doel hier specifiek op gebouwen met een monumentenstatus; toegekend door de overheid.” Enerzijds zijn er voor de huidige eigenaar langdurige – en dus dure – afstotingsprocedures, anderzijds zijn monumentenprocedures in het algemeen te onzeker en ingewikkeld. En daarom voor de potentiële koper, die per definitie risicomijdend is, onaantrekkelijk. Wie koopt er nu een kerk als hij niet weet waar hij aan toe is?

Geld speelt wel degelijk een rol
“Om tot nieuwe oplossingen te komen moeten we van gebaande paden afwijken. We hebben een grote voorraad kerkgebouwen waar we met z’n allen ‘wat mee willen’. Daarom hebben we stellingen opgesteld die voortborduren op bestaande, maar belangrijker nog zijn de stellingen die een wijziging van de wet- en regelgeving voorstellen.” Dit creëert meer speelruimte. In the end is toch de vraag een economische. En de vraag wie verantwoordelijk is, óf de verantwoordelijkheid neemt.

Grootschalig opdrachtgeverschap
De materie is complex net als de opdracht waar we met z’n allen voor staan. “Wat we niet moeten vergeten is dat kerkgenootschappen een van de grootste opdrachtgevers zijn in onderhoud, restauratie en exploitatie van monumenten. En ook al wordt in de komende vijftien à twintig jaar de helft van het aantal kerken aan de eredienst onttrokken dan blijft het stevige opdrachtgeverschap bestaan.” En waar ook nog wel eens aan voorbij wordt gegaan, is dat veel kerken ook blijven kerken. Dit deel kan zelfs worden vergroot als kerken beter worden ondersteund bij de exploitatie van hun gebouwen. Met deze – realistische – wetenschap in het achterhoofd bekijkt de voorzitter de problematiek, of juist de potentiële wegen die naar een makkelijkere oplossing kunnen leiden.

Draagvlak verbreden
Ook gemeenten kunnen via belastingen een rol spelen. In de WOZ-waarde kun je het uitzicht laten uitdrukken en zo als gemeentelijke instandhoudingsubsidie terug laten vloeien naar de monumenten, die door deze zelfde gemeenten zijn benoemd. Uitkijken op een prachtig kerkgebouw is van grotere waarde dan uitkijken op wellicht saaie nieuwbouw. Dit idee staat bij de werkgroepleden nog in de kinderschoenen, al is het wel een interessante denkgedachte. 

Hoewel het kerkbezoek terugloopt en de financiële armslag van kerkgebouwen vermindert, blijft het aantal monumenten nagenoeg gelijk. Legaten zijn nog wel een bron van inkomsten, maar met een legaat eindigt ook de jaarlijkse bijdrage van de persoon in kwestie. Er zal daarom breder dan de kring rondom de kerk gekeken moeten worden naar draagvlak voor het in stand houden van het gebouw.

Initiatieven om draagvlak te verbreden zijn er, al blijft het resultaat nogal eens uit. Zo zijn er bijvoorbeeld ergens in het land concrete plannen om een kerkgebouw om te vormen tot dorpshuis. Dat dorp wenst behoud van het gebouw, maar lang niet iedere dorpeling is bereid daar bijvoorbeeld € 35,- per jaar aan bij te dragen. Ook niet als hij dus zelf van de faciliteiten gebruik kan maken. Toen de dorpelingen nog allen ‘kerkten’ in het gebouw zou een jaarlijkse collecte van de helft van dit bedrag voldoende zijn geweest voor instandhouding. “Rijst bij mij de vraag of de maatschappij bereid is de last (mede) te dragen van de door de verschillende overheden benoemde monumenten...”

Lichtpunten
Toch ziet Peer Houben zeker lichtpunten. “Er zijn bijvoorbeeld gemeenten die de monumentenstatustoekenning in de ijskast zetten of helemaal niet honoreren. Zij zien graag eerst een realistische oplossing, liefst binnen een bredere kerkenvisie, voordat zij eventueel de status toekennen.

En dan nog bij gemeenten: het kwartje begint te vallen. De noodzaak om een kerkenvisie te ontwikkelen door kerkelijke eigenaren én gemeenten is evident. Gemeenten zijn immers eveneens probleemeigenaar. Het lukt nog wel de provincies aan te sporen tot het maken van masterplannen, op gemeentelijk niveau ligt dat moeilijker, ook door het aantal: er zijn twaalf provincies ten opzichte van vierhonderd gemeenten!”

Diverse gezichtspunten
Hoe dan ook, bij beslissingen over wat er met een kerk moet gebeuren spelen ook emoties een rol. Alle betrokkenen hebben ieder vanuit hun eigen gezichtspunt een belang. Kerkgenootschappen vinden het erg dat het animo voor kerkbezoeken daalt, kerkgangers hebben een emotionele band met hun kerk, niet-gelovigen hebben bewondering voor het mooie gebouw maar zien het voortbestaan als een visueel recht. En dan de lokale politiek niet te vergeten, met haar eigen kiezersbelangen en vastgoed- en grondstrategie. “Vanuit de werkgroep proberen we alle partijen tegemoet te komen, maar wel met een macro-economische blik. Nuchter en realistisch.”

Peer Houben (foto), architect, hoofd bouw- en kunstzaken is nu veertien jaar verbonden aan het Bisschoppelijk Adviesbureau Bouwzaken (BAB) van de bisdommen Haarlem-Amsterdam en Rotterdam. Hij is voorzitter van de werkgroep Voortgaand Religieus Gebruik van de Agenda Toekomst Religieus Erfgoed. Ook maakt hij deel uit van de commissie “Kerkelijke gebouwen” van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO-K).

Reacties