U bent hier

Gestart: de nationale kerkenaanpak!

woensdag 28 november 2018 - 13:04

De komende drie jaar is er voor gemeenten ruwweg 3 miljoen euro per jaar beschikbaar om een eigen kerkenvisie op te stellen. Geld dat - om met minister Van Engelshoven te spreken - de veerkracht, creativiteit en samenwerking stimuleert die nodig zijn voor de nationale kerkenaanpak. Het energieke startschot op 10 november j.l. belooft veel goeds en leverde inspirerende inzichten op.

De Stevenskerk van Nijmegen was goed gevuld met zo’n 250 deelnemers aan de ‘Aftrap nationale kerkenaanpak’. Een bont gezelschap van gemeentebestuurders, kerkeigenaren, leden van erfgoedverenigingen, rijksambtenaren, adviseurs en andere geïnteresseerden. Hoofdgast: minister Ingrid van Engelshoven, die aan het slot van de dag als laatste haar handtekening zette onder de nationale kerkenaanpak – het samenwerkingsprogramma dat moet leiden tot een duurzaam toekomstperspectief voor alle monumentale kerkgebouwen in Nederland. Hier leest u meer over de nationale kerkenaanpak.

Kerkenvisie

Een belangrijk middel om tot dat duurzame toekomstperspectief te komen, is de kerkenvisie. Dit houdt in dat elke gemeente de mogelijkheid krijgt een visie te ontwikkelen op alle kerkgebouwen binnen de gemeentegrenzen. Welke kerken kunnen hun religieuze functie behouden? In welke gevallen is het mogelijk om eredienst en andere functies te combineren? Welke kerkgebouwen zullen een geheel nieuwe bestemming krijgen of in het uiterste geval worden gesloopt? De kerkenvisie geeft antwoord op die vragen en biedt zo een integraal beeld van alle kerken en hun situatie in de gemeente. De kerkenvisie wordt in samenspraak met alle betrokkenen geformuleerd. De gemeente neemt daartoe het initiatief. Hier leest u meer over de kerkenvisie.  

Rol van de gemeente

In het programma op 10 november was er uiteraard ruim aandacht voor de kerkenvisies. Inmiddels zijn er zo’n 20 kerkenvisies geformuleerd door kerkgenootschappen en gemeenten, waaronder de gemeente Deventer. Wethouder Carlo Verhaar vertelde hoe nuttig het is als er binnen je gemeentelijke apparaat een ‘kerkambassadeur’ rondloopt. Iemand met hart voor het onderwerp, die met veel elan gesprekken initieert en betrokkenen met elkaar in contact brengt. Na twee jaar kun je dan een situatie hebben waarin de stad als geheel een veel beter ontwikkeld oog heeft voor de monumentale, sociale en ruimtelijke aspecten van de kerkgebouwen. Verhaar: ‘Als gemeente spelen we de rollen van: agenderen, faciliteren en makelen. Onze kerkenvisie is niet een document geworden met spijkerharde afspraken. Belangrijker is dat we een proces op gang hebben gebracht waardoor betrokkenen elkaar nu goed kennen en gemakkelijk kunnen vinden.’

Gestapelde ziel

‘Teken je geschiedenis op – het kan een leidraad zijn bij het vinden van een nieuwe bestemming van je gebouw’, hield Heleen Wijgers, directeur van de Stevenskerk, haar gehoor voor. Ze gaf een kort exposé over de intense verbondenheid van Stevenskerk en Nijmegen door de eeuwen heen. Die geschiedenis maakt van deze kerk een, zoals zij het noemde, ‘gestapelde ziel’. Wijgers: ‘Zie je kerk als een opeenstapeling van betekenislagen waarvan je in eerste instantie alleen de buitenste lagen ziet, de buitenkant. Maar zoek je naar de diepere betekenislagen, dan wint het gebouw aan betekenis en belang. Kortom, ken als kerk je geschiedenis en gebruik die bij het ontwikkelen van je kerkenvisie.’

Open voor bezoek

Waartoe een beter bewustzijn van je historische en culturele betekenis kan leiden, schetste Marieke van Schijndel. Ze is directeur van Museum Catharijne Convent en mede-initiatiefnemer van Het Grootste Museum van Nederland – een programma waar inmiddels 16 kerken bij zijn aangesloten.   Ze zijn alle nog in religieus gebruik maar stellen zich ook open voor toerisme. ‘Want’, zei Van Schijndel, ‘waarom lopen we in Frankrijk en Italië dolgraag oude kerken binnen, maar doen we dat in Nederland niet? Terwijl er hier zoveel moois te vinden is, vaak in onze directe omgeving.’
De bezoeker krijgt een rondleiding van een gids of volgt een audiotour. De kerk krijgt meer bezoekers, meer inkomsten, de vrijwilligers doen met meer enthousiasme hun werk en ook het bezoek aan de eredienst neemt toe. Van Schijndel: ‘Je ziet dus dat religieus en cultureel gebruik elkaar heel goed kunnen versterken.’

Jongeren

De trend onder kerken om zich meer open te willen stellen, ook voor niet-gelovigen, werd herkend door kerkonderzoeker Jacobine Gelderloos (PKN) en Ciska Rouw, voorzitter van de innovatieraad Nijmegen. Zij onderzoeken manieren waarop kerken betekenisvolle plekken kunnen zijn voor jongeren. Gelderloos: ‘Er is onder jongeren een grote behoefte aan zingeving en aan neutrale, inclusieve, gastvrije ruimten. Kerken hebben die rol in de geschiedenis al eerder gespeeld en zouden dat in deze tijd weer met meer nadruk kunnen doen. Of het dan om gelovigen of niet-gelovigen gaat, is van minder urgent belang.’

Affectieve monumenten

Halverwege de middag was het tijd voor het ondertekenen van de samenwerkingsafspraken. De vertegenwoordigers van CIO-Kerkgebouwen, VNG, Nationaal Restauratiefonds, Erfgoedvereniging Heemschut. IPO, Museum Catharijneconvent en Vereniging van Beheerders van Monumentale Kerkgebouwen in Nederland zetten, samen met de minister hun handtekening. De minister, die bewogen sprak over ‘kerken als affectieve monumenten’ sprak de hoop uit dat we in Nederland zoveel mogelijk kerkgebouwen kunnen behouden. ‘Kerken’, zei ze, ‘bieden herkenning, houvast, identiteit en verbinden ons als samenleving.’

Meer over de nationale kerkenaanpak leest u in dit magazine, dat op 10 november aan de deelnemers werd uitgereikt.

Reacties