U bent hier

'De samenwerking met lokale organisaties is voor ons cruciaal'

woensdag 3 juli 2019 - 07:22

‘Bij de sluiting van kerkgebouwen komen er vaak veel reacties los van burgers. Daarom willen we burgers graag in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken bij de toekomstplannen voor ons religieus erfgoed’, vertelt Karel Loeff van Erfgoedvereniging Heemschut.

Karel Loeff is directeur van Erfgoedvereniging Heemschut en partner in het programma Toekomst Religieus Erfgoed. Hij vertelt over de rol die Heemschut speelt in de Nationale Kerkenaanpak.

Hoe werkt Heemschut?
‘We zijn een particuliere vereniging voor de bescherming van cultuurmonumenten. Onze organisatie bestaat uit actieve burgers die zich inzetten voor de waardering en het behoud van waardevolle monumenten in Nederland. Dat lukt ons vooral dankzij de inzet van vrijwilligers: alle provincies en de stad Amsterdam hebben een eigen onafhankelijke Heemschut-commissie. Daarnaast hebben we een landelijk bureau dat in Amsterdam is gevestigd.’

Waarom doen jullie mee?
‘De sluiting van een kerkgebouw  maakt vaak veel los, bij kerkbesturen en gemeenten, maar ook bij burgers. Daarom vinden we het belangrijk om betrokken te zijn bij de toekomstplannen voor ons religieus erfgoed. We willen graag dat burgers vroegtijdig de mogelijkheid hebben om mee te denken. Door in een vroeg stadium mee te denken over het toekomstig gebruik van kerkgebouwen, willen we dan ook de weg richting medegebruik of nieuwe functies beter plaveien. Want betrokken burgers kunnen het verschil maken, zeker als het gaat om het in stand houden van een kerkgebouw. Onlangs werden daar op dit platform nog een aantal mooie voorbeelden van gedeeld!’

Welke van de vijf programmalijnen staat het dichtst bij jullie?
‘We zetten vooral in op draagvlak en samenwerking. We willen specifiek het draagvlak vergroten onder burgerorganisaties die opkomen voor het erfgoedbelang. Daarnaast zetten we in op het professionaliseren van onze vele vrijwilligers. Samen met onze provinciale commissies willen we bij de lokale erfgoedorganisaties het instrument van de kerkenvisie onder de aandacht brengen, ook omdat het meedenken over een kerkenvisie burgers de kans biedt om al in een vroeger stadium om tafel te gaan met bijvoorbeeld gemeenten en kerkbesturen. Op die manier begrijpen burgers beter wat de mogelijkheden of onmogelijkheden zijn, en dat leidt hopelijk tot meer begrip over de te maken keuzes. We gaan dus aan de slag met een ambitieus project!’

Wat heb je als gemeente aan Heemschut?
‘Vanuit de provinciale erfgoedsteunpunten worden er dit jaar regiobijeenkomsten georganiseerd, waar gemeenten informatie kunnen krijgen over kerkenvisies. Inmiddels zijn er al 10 van zulke bijeenkomsten geweest. Wij zijn daarbij aanwezig als verbinder en motivator van de lokale inzet voor de kerkenproblematiek.’

Wat is jullie inzet in dit driejarige programma?
‘Allereerst werken we aan een landelijke inventarisatie van alle organisaties die zich richten op erfgoed en erfgoedbehoud. Het is misschien verbazingwekkend, maar dat is een lastige klus! Dat heeft deels te maken met onze eigen structuur: onze commissies onderhouden zelf de contacten met plaatselijke actiegroepen en betrokkenen. Die samenwerking met lokale organisaties is voor ons cruciaal. Met deze lokale organisaties en met de andere partners in het programma zorgen we ervoor dat de toekomst van ons religieus erfgoed op de politieke en bestuurlijke agenda staat.

Daarnaast starten we dit jaar met een aantal pilots om bijeenkomsten te organiseren voor betrokken erfgoedliefhebbers. We koppelen onze commissieleden aan lokale partners, zodat mensen elkaar beter kunnen leren kennen en meer leren over wat er bij andere partijen speelt. Dat sluit aan op de Heemschut Academie die we vorig jaar zijn gestart, waarmee we een netwerk willen creëren van betrokken burgers die zich inzetten voor erfgoed.’

Wat hoop je dat over drie jaar het resultaat is van het programma?
‘Uiteindelijk willen we graag dat er bij gemeenten bestuurlijke aandacht is om een kerkenvisie op te stellen. Zodat we ons religieus erfgoed in de toekomst kunnen behouden, maar ook zodat we - kerkgenootschappen, burgers en bestuurders - elkaar beter weten te vinden en gezamenlijk kunnen denken in kansen en oplossingen voor de kerkenproblematiek.’

Reacties