U bent hier

Aandacht voor religieus erfgoed in Cultuurbrief OCW

maandag 26 maart 2018 - 11:57
Onze-lieve-vrouwekerk-breda

Plafond Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk in Breda. Deze en andere kerken komen in 2018 in aanmerking voor subsidie. Foto: Ralf Roletschek, CC BY 3.0.

Minister Ingrid van Engelshoven van OCW maakte op 12 maart jl. de hoofdlijnen van het cultuurbeleid van het kabinet bekend. Die hoofdlijnen staan verwoord in de zogenaamde Cultuurbrief, die de titel ‘Cultuur in een open samenleving’ meekreeg en die aan de Tweede Kamer is aangeboden. In de paragraaf ‘Een leefomgeving met karakter’ gaat het ook over religieus erfgoed. Veel van de voornemens en investeringen die daar staan worden nog verder uitgewerkt, en zullen eind april worden toegelicht in een andere brief aan de kamer over ‘Erfgoed Telt’. Daarin zal vooral worden ingegaan op de structurele veranderingen in het financiële systeem voor de erfgoedzorg. In de Cultuurbrief die nu bekend is gaat de minister in op incidentele investeringen in erfgoed vanuit de € 325 miljoen die in het Regeerakkoord wordt genoemd. Het grootste deel daarvan heeft met de Cultuurbrief nu een bestemming gekregen. Maar wat betekent dat nu concreet voor religieus erfgoed?

Invulling nieuw beleid voor religieus erfgoed

In haar brief geeft de minister aan dat behoud van religieus erfgoed belangrijk is. Zo wordt gericht ingezet op het verduurzamen van grote monumenten, waaronder kerkgebouwen. Hiervoor worden de volgende bedragen (x 1 mln) gereserveerd:

2018 2019 2020 2021 Totaal
30 30 25 10 95

Deze Restauratiesubsidies worden gebruikelijk verdeeld via de provincies, waarbij de provincies tot nu toe de door het Rijk toegekende middelen matchen. In overleg met de provincies wordt momenteel bezien of en hoe de provincies ook deze bedragen zouden kunnen matchen. Het belang dat het Kabinet hecht aan religieus erfgoed blijkt behalve in de Visiebrief ook uit de beantwoording van de Kamervragen van de leden Dik-Faber en Bergkamp. Het antwoord op die vragen is tegelijk met de Visiebrief naar de Tweede Kamer verstuurd. In de beantwoording wordt ingegaan op de voorwaarden waaronder de restauratiemiddelen worden verdeeld. Dit wordt verder besproken met betrokken organisaties en andere overheden. Voor 2018 geldt bijvoorbeeld als criterium hoe snel een project kan starten, de noodzaak die er is voor herstel en de eigen bijdrage die men kan leveren. Voorbeelden van projecten die in 2018 voor subsidie in aanmerking komen zijn de Onze Lieve Vrouwekerk in Breda, de Grote Kerk van Naarden, de Stevenskerk te Nijmegen en de Domkerk in Utrecht.

In 2018 wordt ook het Revolving Funds Plus van het Nationaal Restauratiefonds opgehoogd met 30 mln. Vanuit dit fonds worden leningen verstrekt voor de restauratie en herbestemming van monumenten, waaronder kerken (x1 mln):

2018 2019 2020 2021 Totaal
30       30


Specifiek voor de restauratie van monumenten in Groningen, waaronder opnieuw voor kerken, worden extra middelen ingezet volgens de volgende verdeling (x 1 mln):

2018 2019 2020 2021 Totaal
2,0 4,0 4,5 4,5 15


Voor het bestrijden van leegstand (i.c.m. het programma ‘De Verbinding’ en het opstellen van kerkenvisies) zijn de volgende middelen voorzien (x1 mln):

2018 2019 2020 2021 Totaal
1,0 4,5 4,2 3,8 13,5

Programma ‘De Verbinding’

De Rijksdienst zet op dit moment het programma ‘De Verbinding’ op en bekijkt hierin samen met partners hoe invulling te geven aan het nieuwe beleid. De verwachting is dat het programma aan het einde van dit jaar kan worden gepresenteerd. Een belangrijk element uit de ‘De Verbinding’ vormt het opstellen van Kerkenvisies. De minister onderstreept in haar Visiebrief Cultuur het belang van deze kerkenvisies. Partijen wordt de mogelijkheid geboden een kerkenvisie op te stellen. Die kerkenvisies kunnen op lokaal niveau een belangrijke rol spelen bij de instandhouding van religieus erfgoed, doordat alle belanghebbende partijen betrokken zijn bij de afwegingen. Sluitstuk van een kerkenvisie is de gedragen keuze welke kerken in bestendig gebruik kunnen blijven en welke voor herbestemming in aanmerking komen. Het opstellen van een kerkenvisie is dus vooral een proces om tot keuzes te komen zodat helder is op welke wijze kerkgebouwen een duurzame toekomst tegemoet kunnen gaan. Vanaf 2019 worden hiervoor middelen beschikbaar gesteld zodat partijen op brede schaal kerkenvisies kunnen gaan opstellen. In 2018 wordt een handreiking Kerkenvisies opgesteld en wordt een vijftal pilots uitgevoerd. Zo kan vanuit praktijkervaringen onderzocht worden wat wel/niet goed werkt bij het opstellen van zo’n visie. De werking van al bestaande kerkenvisies wordt hierin uiteraard ook meegenomen. 

Naast de genoemde middelen worden ook activiteiten ondersteund die van belang zijn voor religieus erfgoed maar nog nader moeten worden uitgewerkt. Gedoeld wordt dan op het ondersteunen van het ‘right to challenge’, digitalisering, ontwikkeling van vakmanschap en het onderzoek naar de sociale betekenis van erfgoed. Die ‘right to challenge’ houdt in dat buurtbewoners het recht krijgen om lokale dienstverlening zelf vorm te geven, bijvoorbeeld in een buurthuis dat men zelf gaat huren of kopen. Zo’n buurthuis zou natuurlijk ook een herbestemde kerk kunnen zijn. Hopelijk is over deze laatste onderwerpen meer te melden naar aanleiding van de Erfgoed Telt-brief die medio april zal verschijnen. 

Frank Strolenberg
Toekomst Religieus Erfgoed


Lees hier meer informatie en de visiebrief
Lees hier de Kamervragen van de Tweede Kamerleden Dik-Faber en Bergkamp en de antwoorden van de Minister van OCW hierop


 

Reacties