U bent hier

‘De dialoog is een van de belangrijkste dingen die voortkomt uit de kerkenvisie’

dinsdag 24 september 2019 - 15:15

‘Als je vrijwillige kerkbestuurders wilt meekrijgen in het opstellen van een kerkenvisie, moet je eerst de problematiek inzichtelijk maken’, stelt Jaap Broekhuizen van CIO-K.

Samen met Karien van Velsen, architect en coördinator van het Bisschoppelijk Adviesbureau Bouwzaken van het bisdom Rotterdam, vertegenwoordigt Broekhuizen het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken in de projectgroep van de nationale kerkenaanpak.

Hoe werkt het CIO?

Broekhuizen: ‘31 christelijke en joodse kerkgemeenschappen werken samen in het CIO, het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken. We bespreken thema’s die onze kerkgenootschappen raken, van belastingen tot onderwijs en zo ook erfgoed. In onze commissie kerkelijke gebouwen (CIO-K) behandelen we subsidieregelingen, beleidszaken en andere zaken die kerkelijke gebouwen raken. Wat mag je bij een rijksmonument bijvoorbeeld aan het interieur veranderen voor liturgisch gebruik?’

Van Velsen: ‘In basis lopen alle verschillende geloofsovertuigingen die zijn vertegenwoordigd in het CIO tegen dezelfde problemen aan, zeker als het om erfgoed gaat. We zijn allemaal gebruikers van monumentale gebouwen en we werken allemaal met vrijwilligers.’

Welke van de vijf programmalijnen staat het dichtst bij jullie?

Broekhuizen: ‘Een kerkbestuur bestaat bijna altijd uit vrijwilligers. Erfgoed is in het algemeen niet hun expertisegebied. Ze zijn goed bekend in de kerkgemeenschap, maar of ze de erfgoedwet en subsidieregelingen kennen is nog maar de vraag. Het opstellen van een kerkenvisie vraagt dus veel van ze. Als je kerkbestuurders daarin wilt meekrijgen, moet je ze dus goed voorlichten en de problematiek inzichtelijk maken. Kennis delen is daarom belangrijk voor ons.’

Van Velsen: ‘Dat geldt voor kerkenvisies, maar bijvoorbeeld ook voor duurzaamheidsvraagstukken. Zeker bij monumentale kerkgebouwen is verduurzamen lastig. Veel kerkbesturen willen wel, maar weten niet goed hoe. Er is dus nog wel een weg te bewandelen om de programmalijnen toepasbaar en bruikbaar te maken voor lokale kerkbesturen. Het lastige is dat ook het CIO, de bisdommen en de PKN te weinig staf hebben om aan dit soort informatievragen te voldoen. Daarom vragen we er binnen het programmateam aandacht voor, zodat we gezamenlijk vrijwilligers beter kunnen toerusten en deskundigheid kunnen bevorderen.’

Wat is jullie inzet in dit driejarige programma?

Van Velsen: “Tijdens dit driejarige programma vragen we in de projectgroep aandacht voor de vrijwilliger, de plaatselijke kerkbestuurder. Daarnaast willen we de locale kerkeigenaar zoveel mogelijk toerusten met kennis. Vanuit bisdom Rotterdam is er bijvoorbeeld over het begrip kerkenvisie een infographic gemaakt, gezien vanuit de parochiaan. Hoe kun je vanuit de vijf verschillende programmalijnen nadenken over je kerkgebouw vanuit het gebruik voor het geloof.

Broekhuizen: ‘Onze focus ligt op voortgaand gebruik. Er gaan minder mensen naar de kerk, maar in veel dorpen en steden zijn er nog steeds kerkgemeenschappen die een dak boven hun hoofd nodig hebben. Soms is een monumentaal dak de enige optie. Maar monumenten hebben hoge exploitatiekosten, waardoor voortgaand gebruik kerkgemeenschappen op kosten jaagt. We horen vaak dat “de kerk” van iedereen is. En natuurlijk is het mooi dat het kerkgebouw voor iedereen in het dorp of de stad iets betekent. Maar als het van iedereen is, wil iedereen er dan ook aan meebetalen?’

Van Velsen: ‘Daarom is draagvlakverbreding belangrijk, ook in financiële zin. Vorig jaar brandde de Sint-Urbanuskerk af. Toen was er breed draagvlak om de kerk te herbouwen, en niet alleen onder parochianen. Bij calamiteiten zie je zulk draagvlak vaker. Maar we willen graag een continue aandacht voor de kerkgebouwen.’

Welke aandachtspunten heeft het CIO voor gemeenten?

Van Velsen: ‘Tientallen burgerlijke gemeenten gaan of zijn al bezig met een kerkenvisie. Je ziet nu dat sommige gemeenten een beetje schrikken van de hoeveelheid verschillende spelers waarmee ze te maken hebben. Een “kerkeigenaar” blijkt niet één speler te zijn. Binnen de protestantse kerk zijn er andere dingen mogelijk met het gebouw dan bij de rooms-katholieke kerk, waar de kerkruimte permanent gewijd is en er daardoor geen nevengebruik mogelijk is in de liturgische ruimte. Zeker binnen de protestantse kerk verschilt het van kerkbestuur tot kerkbestuur wat kan en mag. Daarom is het belangrijk om met elkaar in gesprek te blijven gaan. Die dialoog is een van de belangrijkste dingen die voortkomt uit de kerkenvisie. Eigenlijk kennen we elkaar op lokaal niveau nog niet zo goed. Daar is veel winst te behalen.’

Wat hoop je dat over drie jaar het resultaat is van het programma?

Broekhuizen: ‘Ik hoop dat er meer faciliteiten komen voor voortgaand gebruik. Voor kerkbesturen is het eigen aandeel in subsidiabele kosten vaak nauwelijks op te brengen. Op dit punt wordt het kerkgebouw meestal gezien als de verantwoordelijkheid van de kerkeigenaar. Hopelijk komt er meer draagvlak voor het behoud van kerkgebouwen als kerk, eventueel gecombineerd met breder gebruik.’

Van Velsen: ‘Daar sluit ik me bij aan. En ik hoop dat dankzij de kerkenvisies kerkeigenaren en burgerlijke gemeenten goed contact krijgen met elkaar. Dat er wederzijds respect en begrip is voor wat er speelt, en dat bij wijze van spreken een belletje genoeg is om een probleem aan de kaak te stellen en ook direct op te lossen.’

Reacties