U bent hier

Blog: Het einde van het kleinseminarie

maandag 15 juli 2019 - 15:26

Het voormalig Klein Seminarie De Weyert in Apeldoorn werd herbestemd tot politieacademie

Volgens de site Wierook, Wijwater en Worstenbrood.nl, telde Brabant in de vorige eeuw bijna 100 onderwijsinternaten. Een aantal van deze internaten waren instellingen om priesters op te leiden. Als je een roeping had of dacht te hebben, kon je beginnen op het kleinseminarie, waar je een gymnasiumachtige opleiding kreeg, meestal gevolgd door een zesjarige priesteropleiding met disciplines als filosofie en theologie.

Veel van deze instituten zijn nu óf afgebroken óf hebben een nieuwe bestemming gekregen. Zo is het filosoficum van de Mill Hill Missionarissen in Roosendaal gesloopt. Het kleinseminarie De Rooi Pannen in Tilburg veranderde in een scholengemeenschap, het kleinseminarie in Noordwijk is een conferentiecentrum geworden en in het vroegere kleinseminarie in Apeldoorn is nu de Politieacademie gevestigd. Meestal wordt de hele geschiedenis van deze erfgoederen samengevat in slechts één zin: opleiding voor priesterstudenten. Maar nu is er een boek dat een inkijkje geeft in het dagelijkse levens in zo’n instituut en gemeenschap.

Het onlangs verschenen boek Mijn vader was priester geeft een beeld van het leven in deze keten van religieuze instituten. Publicist Katja Kreukels vertelt het verhaal over haar vader, die priester was, maar uit het religieuze leven stapte. Zij hoorde het verhaal pas toen zij, 18 jaar oud, met haar vader een kopje koffie op een terras in Sittard zat te drinken en praatte over een opleiding journalistiek in Tilburg. Uiteindelijk heeft zij het verhaal aangegrepen om een ‘voetreis’ langs de instituten van de paters Montfortanen (een katholieke congregatie) te maken, voor zover deze er nog waren.

Haar vader was van de generatie 100 jaar Kromstaf in 1953, een feest van katholiek Nederland ter herinnering aan het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie, maar dat tevens het begin van het einde van het Rijke Roomse leven in Nederland was. Ouders waren toen nog trots op een priesterstudent, de familie gaf geld voor de opleiding, de parochie leefde mee en hoopte op een priesterwijding in de parochiekerk.

Intussen worstelde de Nederlandse katholieke geloofsgemeenschap met het geloof en de kerk als instituut. Het concilie, de bijeenkomst van alle bisschoppen van 1962 tot en met 1965, bracht voor de Nederlandse geloofsgemeenschap niet de verwachte nieuwe vrijheid en verandering van de regels van het celibaat. Voor de laatste generatie institutionele seminaristen werd de situatie kritiek toen de paus in 1968 de zogenaamde pil-encycliek publiceerde, waarin abortus en pilgebruik door de paus verboden werden. Dit werd in Nederland ervaren als een grote stap terug. Een groot aantal priesters trad uit. En vele priesterstudenten vochten met hun toekomst: moesten ze nog wel priester worden?

De ‘voetreis’ van Katja Kreukels is geen verslag van een ramptoerist geworden. Het is een levensverhaal van een katholiek in de ontzuilende kerk in Nederland. Voor gesjeesde seminaristen en uitgetreden priesters is het boek confronterend in de herkenning: van het lijstje met de uitzet die meegebracht moest worden naar het kleinseminarie en de dagindeling tot de kwestie van het celibaat en de leegloop van de seminaries, kloosters en kerken. In 1970 was het Rijke Roomse leven voorbij. Kerkelijke leiders en kerkbesturen werden vanaf die tijd gedwongen na te denken over nieuwe bestemmingen voor hun religieuze instituten.

Door Jak Boumans

Auteur: Toen digitale media nog nieuw waren – Pre-internet in de polder (1967-1997)

Het boek Mijn vader was priester van Katja Kreukels is uitgegeven door Querido. ISBN 9789021416854

Taal 
Nederlands

Reacties