U bent hier

Kerken in de coronacrisis: over buffers en nabij zijn

Patty Wageman, Stichting Oude Groninger Kerken: 'Mensen komen even binnen om een kaarsje te branden. Je merkt aan de reacties dat dit waardevol is.’

De coronacrisis heeft op alle kerken een enorme impact. Koepelorganisaties zijn bezig de (financiële) gevolgen in kaart te brengen. Ondertussen zit men niet stil, er wordt al druk nagedacht over openstelling in het nieuwe 1,5 meter tijdperk. Tegelijk spelen kerken een belangrijke maatschappelijke rol in ‘nabij zijn’ in moeilijke tijden.

De afgelopen weken brachten onder meer het Grote Kerken Overleg (GKO) en de Vereniging Beheerders Monumentale Kerkgebouwen (VBMK) met behulp van enquêtes in kaart wat de financiële consequenties zijn van de crisis. Deze inventarisaties worden door de Federatie Instandhouding Monumenten (FIM) gebruikt om de situatie van de kerken in beeld te brengen voor Kunsten ’92 – de overkoepelende belangenorganisatie voor de culturele sector, die nauw contact onderhoudt met de minister en de Tweede Kamer. Meer over de eerste resultaten van die inventarisaties leest u in dit eerder geplaatste artikel.
‘Kerkbeheerders kunnen de enquête nog steeds invullen’, zegt Brigitte Linskens van de VBMK. Eind april hadden ruim twintig leden gereageerd, waaronder grote organisaties zoals de Stichting Oude Groninger Kerken en Stichting Alde Fryske Tsjerken, met respectievelijk 93 en 52 kerkgebouwen in bezit.

Buffer
‘We gaan er nu vanuit dat we tot september geen activiteiten kunnen ontplooien’, zegt Patty Wageman, directeur van de Stichting Oude Groninger Kerken. De grote Der Aa-kerk en de Remonstrantse kerk in Groningen zijn gesloten. Kleine kerken in de provincie zijn voor diensten gesloten, maar voor individuele personen toegankelijk, voor zover de infrastructuur van betaald personeel en (veelal senior) vrijwilligers dat toelaat. ‘Als stichting kunnen we de lopende kosten voorlopig opvangen’, zegt Wageman. Dankzij de vorming van een continuïteitsreserve, speciaal bedoeld voor onvoorziene omstandigheden wanneer inkomsten wegvallen, hebben we een buffer kunnen opbouwen die nu goed van pas komt. Maar we lijden natuurlijk wel flinke verliezen.’

Exploitatie
‘De kerken binnen het GKO lijden dezelfde verliezen als andere culturele instellingen zoals theaters, concertzalen en musea, en hebben te maken met dezelfde bedreigingen’, zegt Heleen Wijgers, directeur van de Stevenskerk in Nijmegen. ‘Exploitatie is voor ons van levensbelang. We hebben daar allemaal een aparte stichting en een apart aangesteld bestuur voor. Exploitatie heeft een enorm positieve kant. Je gebruikt het gebouw zodat veel mensen ervan kunnen genieten en het levert veel werk voor de culturele sector op. Maar als exploitatie langere tijd wegvalt, kan je primaire functie - instandhouding - in gevaar komen. Dat is wel iets om bij stil te staan.’
‘De coronacrisis toont de kwetsbaarheid van ons systeem’, vervolgt Wijgers. ‘Het is bijvoorbeeld zo dat aan de Subsidie Instandhouding Monumenten (SIM) de voorwaarde wordt gesteld dat je zelf veertig procent van het benodigde bedrag inbrengt. Maar als je inkomsten, zoals nu, wegvallen, wordt dat heel moeilijk. We zouden wellicht moeten kijken naar een onafhankelijkere manier om de instandhouding van onze monumentale kerkgebouwen te waarborgen.’

Ruimte
Verplicht gesloten voor bijeenkomsten of niet, de kerken zitten niet stil. Wijgers vertelt hoe er druk wordt nagedacht over openstelling in het nieuwe 1,5 meter-tijdperk. ‘Je kunt denken aan kleine concerten, aan seminars, aan vergaderruimte voor bedrijven. Wij hebben als kerken in ieder geval de ruimte.’
Ook vervullen de kerken zo goed en zo kwaad als dat gaat hun sociaal-maatschappelijke functies. ‘Mensen komen even binnen om een kaarsje te branden of even te zitten voor een moment van bezinning. Je merkt aan de reacties in de gastenboeken dat dit voor mensen waardevol is’, vertelt Patty Wageman over de kleine kerken in Groningen.    

Nabij zijn
‘Voor persoonlijk gebed zijn onze kerken wel open’, vertelt Karien van Velsen, coördinator Bisschoppelijk Adviesbureau Bouwzaken van het Bisdom Rotterdam. ‘En parochies zoeken naar andere manieren om mensen nabij te zijn.’ Van Velsen vertelt over de pastoraal werker van de Johannesparochie. Toen deze hoorde over de moeilijkheden van de tulpenboeren in de Bollenstreek, ging hij daar langs om tweehonderd bossen tulpen te kopen en deze langs te brengen bij de parochianen die wel een opsteker kunnen gebruiken. Zo kregen boeren en parochianen een hart onder de riem gestoken. Van Velsen: ‘Zo kunnen we betekenisvol zijn. Juist in deze tijd is het aan ons om door te gaan met diaconie, naastenliefde en gemeenschapszin.’

Reacties