U bent hier

Anders kijken naar het kerkenlandschap

Marcel Musch: 'Wat zou de Lentetuin van Van Gogh zijn zonder de kerktoren als baken op de achtergrond?'

In haar onderzoek naar het Noord-Brabantse kerkenlandschap verplaatst het onderzoeksteam van TU/e UrbanLabs het accent van de kerk als architectonisch object naar de ruimte tussen het kerkgebouw en de omgeving. Een andere manier van kijken naar de betekenis van het religieuze erfgoed in de provincie. Onderzoeker en universitair docent aan de Technische Universiteit Eindhoven Marcel Musch vertelt.

Marcel Musch

Kerken nemen een prominente plek in de stedelijke en landschappelijke structuur in. Vooral in Noord-Brabant. Dat ook hier steeds minder mensen naar de kerk gaan doet daar niets van af. In de waardering van kerkgebouwen zijn de karakteristieken van het architectonische object, het interieur en de roerende voorwerpen over het algemeen dominant. Ook als het gebouwde erfgoed wordt beschouwd als ‘factor’ in de gebouwde context of als ‘vector’ in gebiedsontwikkeling, dan ligt het accent op het plaatsen van het architectonische object in de ruimtelijke of procesmatige context. De (potentiele) waardeontwikkeling voor de omgeving wordt over het algemeen geconcipieerd vanuit het architectonische object.

In ons onderzoek naar het Noord-Brabantse kerkenlandschap verbreden we de blik. We richten ons op de relatie tussen het kerkgebouw en context in de breedste zin van het woord: het ensemble van gebouw, ruimtelijke en sociale omgeving. In figuurlijke zin, maar zeker ook in letterlijke zin, verplaatst het accent zich dan naar de ruimte tussen het kerkgebouw en de gebouwen er omheen. Het is een subtiel verschil, maar het bepaalt de manier van kijken naar kerkgebouwen in - of beter: én - hun omgeving.

De wijze waarop kerkgebouwen in Noord-Brabant zich verhouden tot hun omgeving is heel divers. Veel neogotische kerkgebouwen trekken zich relatief weinig aan van de directe omgeving, alleen de entree van het gebouw, veelal rijk gedecoreerd, richt zich op de omgeving. De overige zijden van de gebouwen zijn, op ooghoogte, gesloten en representeren nauwelijks iets van de religieuze functie. Veel van deze neogotische gebouwen gedragen zich als hun gotische achternichtjes, maar dan zonder het dichtbebouwde milieu van de middeleeuwse stad. Het in zichzelf gekeerde, intieme karakter van de neogotische kerken wordt gecompenseerd door de kerktorens. Meer dan de hemel oriënteren de neogotische kerken zich misschien wel op het omliggende landschap. We kennen allemaal de beelden van het Noord-Brabantse arcadische landschap: agrarisch, bewoond en verbonden in een geloofsgemeenschap. Wat zou de Lentetuin van Van Gogh zijn zonder de kerktoren als baken op de achtergrond?

'De Lentetuin, de pastorietuin te Nuenen in het voorjaar' van Vincent van Gogh. Bron: Singer Museum Laren

Maar het beeld van de kerktoren in het Noord-Brabantse agrarische landschap verdient verbreding en nuancering. Veel neogotische kerken zijn bijvoorbeeld onderdeel van een ensemble van religieuze en daaraan verwante gebouwen (kloosters, parochie, scholen). Deze groen omkaderde ensembles vormen het hart van veel Brabantse dorpen. In de provincie zijn verder nog andere kerkenlandschappen te vinden. In de karakteristieke parochiewijken nemen de kerken vaak een veel nadrukkelijkere plek in de stedelijke structuur in. De kerken in de dorpen langs de Maas, in veel gevallen opnieuw opgebouwd na de oorlog, vormen weer een type op zich.

De historische ontwikkeling van kerken en nederzettingen is op hoofdlijnen bekend. Wat nog ontbreekt is een compleet overzicht van alle kerken in hun ruimtelijke en sociale context in Noord-Brabant. Met de grote transformatie van kerkgebouwen die op stapel staat, zal het vernieuwen van de relatie met die omgeving de sleutel zijn voor het ontwikkelen van een betekenisvol nieuw gebruik.

Marcel Musch
TU/e UrbanLabs
Onderzoek Kerkenlandschap (pilotstudie)
TU/e UrbanLabs Team: Geert Das, Tom Hunter, Marcel Musch. Madeline Prickett
Opdrachtgever: Provincie Noord-Brabant: Wim Haarmann, Har Kuijpers, Frank van der Steen
Afronding onderzoek: september 2020

Reacties